top of page

Juni — de maand van de roos

  • 2 jun
  • 10 minuten om te lezen

De roos: een portret

Over hydrolaat, etherische olie en rozenbottels — en de planten die het mogelijk maken

Er zijn weinig planten die zo verweven zijn met onze geschiedenis als de roos. We kennen de geur uit kruidvaten en parfumflesjes, uit grootmoeders confituur en uit een handvol verdroogde blaadjes onder in een la. Maar achter dat ene vertrouwde woord — roos — schuilt een hele familie aan soorten, elk met een eigen karakter, een eigen geur en een eigen plek in keuken, kast en werkplaats. Juni — de maand van de roos

In dit portret kijken we naar vier rozen die in de traditie van hydrolaat, etherische olie en rozenbottel telkens terugkeren: de Damastroos, Provence-roos , de Apothekers roos en de Rimpelroos. We volgen hun geschiedenis, kijken hoe geur en bottel uit de plant gewonnen worden — tot op het niveau van de moleculen die het werk doen — en bekijken wat je er in eigen tuin en eigen werkplaats mee kunt beginnen.



Damascenerroos


Vier rozen, vier karakters

Het geslacht Rosa telt honderden soorten, maar voor wie met geur en vrucht wil werken, springen er traditioneel een paar uit. Ze verschillen in herkomst, in bloemvorm en — vooral — in wat ze te bieden hebben. En het loont om te beginnen bij de namen, want een groot deel van de verwarring rond rozen ontstaat doordat soorten, kruisingen en cultivars door elkaar lopen.



Damastroos (Rosa × damascena)

De damastroos is de roos van de geurindustrie. De × in de naam verraadt het al: dit is geen botanische soort die zomaar in het wild ontstond, maar een kruising, vermoedelijk in het Midden-Oosten ontstaan en via handelsroutes en kruistochten naar Europa gekomen. De bloemen zijn intens geurig, halfgevuld en geven hun aroma gemakkelijk af aan water en damp — precies de eigenschap die deze roos zo geschikt maakt voor destillatie. Het is bij uitstek de roos die in Iran, Turkije en Bulgarije op grote schaal wordt geteeld voor rozenolie en rozenwater, met de befaamde oogst in de vroege ochtenduren, wanneer de geur op zijn sterkst is en de vluchtige stoffen nog niet door de zon zijn verdampt.

Rosa damascena

Provence-roos (Rosa × centifolia)

De Provence roos draagt die naam met reden: de dicht gevulde bloem lijkt uit ontelbare blaadjes opgebouwd. Ook deze plant is een gekweekte kruising, geliefd bij parfumeurs en bekend uit de teelt rond het Franse Grasse. De geur is zachter en honingachtiger dan die van de damastroos. In de parfumerie spreekt men van rose de mai — de meiroos — naar de korte periode waarin de plant bloeit en geoogst wordt. Waar de damastroos meestal via stoomdestillatie tot olie wordt verwerkt, leent de centifolia zich voor extractie met oplosmiddelen, wat een zogeheten absolue oplevert: een geurproduct met meer diepte, maar gewonnen langs een andere weg.

Rosa centifolia

Apothekers roos (Rosa gallica)

De Apothekers roos is een van de oudste in cultuur gebrachte rozen van Europa en een voorouder van veel latere tuinrozen — ook van de damastroos zit gallica in de stamboom. Deze plant is steviger en lager dan de vorige twee, met diep roze tot karmijnrode bloemen en een geur die opvallend goed behouden blijft na het drogen. Juist daarom werd de variëteit officinalis — de apothekersroos — eeuwenlang gedroogd en bewaard voor gebruik in siropen, conserven en geurmengsels. De toevoeging officinalis is geen toeval: ze verwijst naar het officina, de werkplaats of voorraadkamer van klooster en apotheek, waar deze roos haar vaste plek had.

Apothekers roos

Rimpelroos (Rosa rugosa)

De rimpelroos is het robuuste buitenbeentje van het gezelschap. Oorspronkelijk uit Oost-Azië, groeit deze plant inmiddels langs veel Noordwest-Europese kusten en duinen, waar de zware, gerimpelde bladeren en stevige takken zout en wind moeiteloos verdragen. De bloemen zijn enkelvoudig en geurig, maar het is vooral de vrucht die deze roos bijzonder maakt: grote, vlezige, dieprode bottels die tot de meest vitamine C-rijke van het hele geslacht behoren — daarover verderop meer, want hoe je die bottels verwerkt, bepaalt voor een groot deel wat er van die rijkdom overblijft.

Rimpelroos

Goed om te weten

De rimpelroos staat in delen van West-Europa te boek als invasief, juist omdat de plant zich in duingebieden zo sterk uitbreidt. Pluk in de natuur met mate en met respect voor het gebied, en geef in eigen tuin de voorkeur aan een plek waar de uitlopers in toom gehouden kunnen worden.

 

Een korte geschiedenis

De roos begeleidt de mens al duizenden jaren, maar het is de kunst van het destilleren die de roos haar plek in keuken, geneeskunde en geurkunst heeft gegeven. Het zwaartepunt van die traditie ligt in Perzië, het huidige Iran. In de steden rond Kashan — en met name in het bergdorp Qamsar — werd rozenwater gestookt en verhandeld, en daar wordt dat nog altijd gedaan: elk jaar in mei en juni transformeert het golabgiri, het rozenwaterfeest, de streek tot één grote, geurende destilleerderij, met de pluk bij dageraad en het stoken in koperen ketels.

De tiende-eeuwse Perzische arts en geleerde Ibn Sina — in het Westen bekend als Avicenna — wordt vaak genoemd als degene die het distilleren van rozenwater verfijnde. Het is goed om hier de nuance te bewaren die de bronnen zelf aanbrengen: de techniek is waarschijnlijk ouder dan hij, en Avicenna wordt eerder gecrediteerd met het systematiseren en op schrift stellen ervan dan met de uitvinding. Vanuit de Perzische en bredere Arabische wereld verspreidde de kennis zich: in de vroege nieuwe tijd reisden distilleerwerktuigen mee naar Anatolië en de Balkan, waar later de grootschalige teelt in Turkije en het Bulgaarse Rozendal ontstond. In Frankrijk vond de roos via Grasse haar plek in de parfumindustrie, daar vooral met de Provence roos.

En in de middeleeuwse kloostertuinen van West-Europa kreeg de apothekersroos haar plek tussen de geneeskruiden: gedroogde blaadjes, conserven en geurig water werden bewaard en uitgewisseld. Zo lopen er drie draden door deze geschiedenis heen — een ambachtelijke, een wetenschappelijke en een culturele — die elkaar voortdurend raken. Dat is geen toevallige opeenstapeling van weetjes; het is de reden dat we vandaag nog steeds dezelfde handelingen verrichten als duizend jaar geleden, alleen met meer begrip van wat er ondertussen in de plant gebeurt.

Van bloem naar geur: hoe het gemaakt wordt

Wie met rozen werkt, ontmoet drie producten die telkens terugkeren: hydrolaat, etherische olie en — uit de vrucht — de rozenbottel. Verder worden uiteraard ook de bloemen gedroogd voor diverse kruidenmengsel voor thee. Het loont de moeite te begrijpen waar ze vandaan komen, want dat verheldert meteen waarom het ene product overvloedig en betaalbaar is en het andere zeldzaam en kostbaar. Het verschil zit hem niet in een handelstruc, maar in eenvoudige scheikunde: sommige geurstoffen lossen op in water, andere niet.

Rozenhydrolaat

Hydrolaat, ook wel plantenwater genoemd, is het waterige product dat ontstaat bij stoomdestillatie van verse rozenblaadjes. De waterdamp neemt de vluchtige geurstoffen mee, en bij het afkoelen condenseert dit tot een licht geurend water. Maar waarom rúíkt dat water dan naar roos, als het grootste deel van de aromatische olie zich juist níét in water laat oplossen?

Het antwoord zit in één molecuul: fenylethylalcohol. Dat is de stof die je herkent als de zachte, rozige basisgeur, en in tegenstelling tot de meeste andere geurcomponenten lost die goed op in water. In rozenwater is fenylethylalcohol dan ook vaak veruit de grootste component, aangevuld met kleinere hoeveelheden citronellol, geraniol en nerol die deels meekomen. Dat verklaart het karakter van hydrolaat precies: mild, zacht en laag geconcentreerd — de vertrouwde basis van veel huidverzorging, en bruikbaar in de keuken.

Etherische olie van roos

De etherische olie is het geconcentreerde, vetoplosbare deel van de plant — de fractie die zich juist níét met water mengt. Het leeuwendeel bestaat uit een handvol monoterpeenalcoholen: citronellol, geraniol en nerol, samen vaak goed voor het grootste volume. Maar hier zit een van de mooiste verrassingen van de rozenchemie, en meteen het bewijs dat een geur méér is dan de som van haar grootste bestanddelen.

De onmiskenbare, ronde “roos” die je herkent zodra je echte rozenolie ruikt, komt namelijk niet van die hoofdcomponenten. Ze komt van een paar moleculen die in piepkleine sporen aanwezig zijn — β-damascenon en de zogeheten rozenoxiden — en die ontstaan uit de afbraak van carotenoïden in de bloem. Hoewel ze samen maar een fractie van de olie uitmaken, leveren juist deze sporenstoffen een onevenredig groot deel van de totale geurindruk. Het is een mooi voorbeeld van hoe complex een plantaardig geurprofiel is: je kunt de hoofdbestanddelen namaken in een lab en tóch de ziel van de geur missen.

Wat de rozenolie zo kostbaar maakt, is de verhouding. De opbrengst aan etherische olie ligt rond de 0,03 tot 0,04 procent van het bloemgewicht — er zijn dus enkele duizenden kilo's bloemblaadjes nodig voor één enkele kilo olie. Dat verklaart de prijs, en het verklaart waarom echte rozenolie zo vaak wordt versneden of nagebootst. Wie zekerheid wil, kan letten op de verhouding tussen citronellol en geraniol: die geldt als belangrijke kwaliteitsmaat en is vastgelegd in een internationale norm (ISO 9842). Een fles die als “rozenolie” wordt verkocht voor een paar euro is per definitie iets anders dan waar het etiket naar verwijst.


Wist je dat echte (stoomdestillatie-) etherische olie van rozen stolt als deze koud is? Zet het flesje even in de koelkast en zie of het stolt. Een mooie test om te zien of je etherische olie van roos echt of nep is.

 

Hydrolaat of etherische olie?

  • Hydrolaat: waterig, mild, laag geconcentreerd — de in water oplosbare fractie. Direct op de huid bruikbaar en eenvoudig in de keuken te verwerken.

  • Etherische olie: vetoplosbaar, sterk geconcentreerd, vluchtig — de fractie die zich niet met water mengt. Altijd verdund gebruiken en niet geschikt voor consumptie zonder vakkundige begeleiding.

 

Rozenbottels

De rozenbottel is niet de bloem maar de vrucht: het vlezige omhulsel dat overblijft nadat de bloem is uitgebloeid. Bij de rimpelroos zijn die bottels bijzonder groot en vlezig, en bijzonder rijk aan vitamine C. Hoe rijk precies, hangt sterk af van soort, standplaats en oogstmoment, maar de cijfers maken indruk: verse bottels bevatten globaal tussen de 300 en ruim 1.000 milligram vitamine C per 100 gram, met de rimpelroos onder de rijkste soorten. Ter vergelijking: een sinaasappel zit rond de 50 milligram. Een handvol bottels is dus, gewicht voor gewicht, een veelvoud daarvan.

Hier is het belangrijk eerlijk te zijn over wat er met die rijkdom gebeurt zodra je gaat verwerken, want vitamine C is gevoelig voor warmte, licht en lucht. Bij gewoon drogen kan ergens tussen de helft en tweederde van het oorspronkelijke gehalte verloren gaan; langdurig koken doet daar nog een schep bovenop. Wie de vitamine C wil sparen, werkt daarom zo kort en zo mild mogelijk: niet eindeloos laten doorkoken, en bewaren in donker glas. Het is precies dit soort kennis dat het verschil maakt tussen “rozenbottels zijn gezond” en werkelijk begrijpen wat je in handen hebt.

Tot slot de fijne, behaarde zaadjes die in de bottel zitten en die je vóór verwerking verwijdert — dezelfde haartjes die in de volksmond bekendstaan als jeukpoeder. Geoogst worden de bttels na de eerste nachtvorst, wanneer ze zacht en zoet zijn geworden.


Rozenbottel
Bottel van de rimpelroos

Juni — de maand van de roos - kies de juiste soort

Je hoeft geen rozenveld in Iran of op de Balkan te bezitten om met rozen te werken. Veel van de genoemde soorten gedijen prima in een Nederlandse of Belgische tuin, mits je op een paar zaken let.

•     Kies geurende soorten. Veel moderne sierrozen zijn veredeld op vorm en kleur, niet op geur — en wie op geur veredelt, verliest vaak juist de sporenstoffen waar het hierboven over ging. Wie wil oogsten voor geur of smaak, kiest daarom bewust voor de oude, geurrijke soorten.

•     Onbespoten is voorwaarde. Wat je wilt eten of op de huid wilt gebruiken, mag niet met gewasbeschermingsmiddelen behandeld zijn. Teel zelf onbespoten of betrek je rozen van een betrouwbare, biologische kweker.

•     Houd de rimpelroos in toom. Deze plant verdraagt arme, zandige grond en kustwind, maar verspreidt zich via uitlopers. Een plek waar dat geen probleem is, of een grote pot, voorkomt verrassingen.

•     Oogst op het juiste moment. Bloemblaadjes pluk je in de vroege ochtend, droog en net opengekomen — net als bij de grote rozenoogsten, en om dezelfde reden: dan zijn de vluchtige geurstoffen nog op hun sterkst. Bottels oogst je in de late herfst, na de eerste vorst.

Wat kun je ermee?

Daarmee komen we bij het mooiste deel: de toepassing. De roos leent zich voor een verrassend brede reeks bereidingen, van keuken tot werkplaats.

•     Rozenhydrolaat als zacht gezichtswater, als geurig vleugje in gebak en dranken, of als basis voor een verfrissende spray.

•     Gedroogde bloemblaadjes voor thee, geurmengsels en als bestanddeel van siropen en conserven — de provinceroos houdt haar geur na het drogen het best vast.

•     Rozenbottels verwerkt tot moes, siroop, thee of confituur — een najaarsklassieker, rijk en zoetzuur van smaak, en het rijkst aan vitamine C wanneer je kort en mild werkt.

•     Etherische olie, verdund in een draagolie, voor verzorgende toepassingen en geurwerk — altijd met aandacht voor dosering, en met een kritisch oog voor de herkomst.

En misschien is dat wel het mooiste aan werken met kruiden: één vertrouwde plant — de roos die iedereen denkt te kennen — blijkt bij nader inzien een heel landschap. Een geur die je kunt navertellen tot op het molecuul, een geschiedenis die van Perzische koperen ketels tot de duinen langs onze kust reikt, en een handvol bereidingen die je met eigen handen kunt maken. Niets daarvan is zweverig. Het is kennis die klopt, en die je gaat navoelen zodra je weet waar je naar kijkt.

Zo kijken we bij Eleoflora naar elke plant. In de opleiding tot Herborist & Fytotherapeut leer je geen losse weetjes, maar het hele weefsel: botanie, fytochemie, traditie en praktijk, met evenveel aandacht voor onderbouwing als voor wat er in de werkplaats gebeurt. Of je nu net begint of al jaren met kruiden bezig bent — er is altijd een volgende laag om in te zakken.

Wil je verder kijken dan dit portret? Neem dan eens een kijkje bij de opleiding, of schrijf je in voor de nieuwsbrief — dan mis je geen enkele blog van deze junimaand, van rozensiroop tot rozenbubbels.

Bronnen

  • Onderstaande referenties onderbouwen de cijfers en de fytochemie in dit portret. APA 7e editie.

  • Akram, M., Riaz, M., Munir, N., Akhter, N., Zafar, S., Jabeen, F., ... & Said Khan, F. (2020). Chemical constituents, experimental and clinical pharmacology of Rosa damascena: a literature review. Journal of Pharmacy and Pharmacology, 72(2), 161-174.

  • Ayati, Z., Amiri, M. S., Ramezani, M., Delshad, E., Sahebkar, A., & Emami, S. A. (2018). Phytochemistry, traditional uses and pharmacological profile of rose hip: A review. Current pharmaceutical design, 24(35), 4101-4124.

  • International Organization for Standardization. (2003). Oil of rose (Rosa × damascena Miller) (ISO 9842:2003)

  • Verma, R. S., Padalia, R. C., Chauhan, A., Singh, A., & Yadav, A. K. (2011). Volatile constituents of essential oil and rose water of damask rose (Rosa damascena Mill.) cultivars from North Indian hills. Natural product research, 25(17), 1577-1584.

Opmerkingen


bottom of page